Column (5)
Laatst aangepast (dinsdag 30 november 1999 01:00)
08-05-2006
Interview met Frank Oomkes
Frank Oomkes (1943) studeerde sociale psychologie in Leiden. Hij werkte van 1969 tot 1989 bij de Landbouwuniversiteit in Wageningen waar hij psychologie en communicatieleer doceerde. Ook gaf hij er communicatietrainingen. In 1980 en 1986 nam hij een sabbatsjaar en doceerde aan universiteiten in Amerika en Engeland. Vanaf 1989 werkt hij bij trainingsbureau Zuidema waar hij managers traint en trainers opleidt. Frank Oomkes schreef een fors aantal boeken, onder andere ‘Communcatieleer’ en ‘Training als beroep’.
Een vraaggesprek, tekst: Joop Hoekstra.
‘Ik ben lid van Sietar sinds 1980. Sietar Nederland bestond nog niet. Ik werkte in dat jaar aan de Michigan State University en bezocht met een aantal van mijn studenten het Sietar congres. Ik vond het verschrikkelijk leuk: heel veel gelachen en heel veel gediscussiÂeerd.
Alleen het bestuur had een merkwaardige Lodewijk XIV–achtige uitstraling. Bij het ontbijt werden wij bijvoorbeeld geacht om op te staan als de voorzitter met zijn entourage binnenÂkwam. Op de derde dag van het congres werd ik bij de voorzitter ontboden. Hij nodigde mij uit Sietar Nederland op te richten. Misschien had ik dat wel gewild, maar vanwege dat rare feodale bestuur heb ik voor de eer bedankt.
Later, ik meen in 1984, Sietar Nederland was inmiddels een feit, ben ik bestuurslid geworden. Sietar Nederland was op dat moment een beetje ingezakt. Misschien gaat dat altijd zo, met golven: een nieuw bestuur treedt aan, met plannen en ideeën, na verloop van tijd wordt zo’n bestuur moe en dan zakt de vereniging in. Ik ben bestuurslid geworden in zo’n golfdal. Ik heb een jaar of acht in het bestuur gezeten waarvan vier jaar als voorzitter.
Een verenigingsmens ben ik niet, ik ben ook geen lid van een politieke partij of zo. Dat ik lid ben gebleven van Sietar heeft te maken met de mensen, met vriendschappelijke gevoelens. Ook vind ik mijn vak leuk en heb het daar graag met anderen over.
Een ideaal beeld van de multiculturele samenleving heb ik niet. Alhoewel - het straatbeeld van Amsterdam, dat vind ik ongelooflijk aantrekkelijk: heel bont; heel veelkleurig. Ik denk dat integratie vanzelf gaat, binnen vier, vijf generaties hebben we een heel andere NederÂlandÂse cultuur. Maar als ik hoor dat Turkse en Marokkaanse jongens en meisjes, en dan vooral jongens, terwijl ze goed opgeleid zijn, alsmaar geen baan kunnen krijgen, dan zou je daar maatregelen of wetten voor willen bedenken. Maar dat is mijn vak niet, ik ben geen politicus. Ik denk ook niet dat Sietar een belangrijke gesprekspartner voor Den Haag wordt, hoewel somÂmigen die ambitie hebben. Ik vind Sietar een leuke club, maar dat Sietar even de vaart de volkeren zou veranderen, nee dat zie ik niet.
Sietar is voor mij een prettige vereniging van beroepsgenoten die elkaar mogen en elkaar de weg wijzen binnen het vak. Dat zouden we meer kunnen doen: elkaar bijscholen, scherp houden. Dat is, in mijn ogen, de manier waarop Sietar kan bijdragen aan de multiculturele samenleving: mensen trainen en opleiden zodat ze een cultuurschok kunnen herkennen, en leren omgaan met verschillen in waarden en normen. Zo bestrijd je vooroordelen. Sietar zou vaker trainersavonden kunnen organiseren; ik vermoed zelfs dat Sietar een trainersopleiding bij elkaar zou kunnen krijgen. De meeste trainers zijn daar ook dol op: een beetje bijgeÂschoold worden.’

